‘Buitengewoon normale sturing’ in cao-overleg ambtenaren

Werkgevers in het publieke domein hebben verschillende posities ten opzichte van het kabinet. Het rapport onderscheidt drie clusters:

  • kabinetssectoren (Rijk, defensie, politie en rechterlijke macht) waar ministers direct voor verantwoordelijk zijn;
  • onderwijssectoren die uit de rijksbegroting worden bekostigd maar zelf bevoegd en verantwoordelijk zijn voor het arbeidsvoorwaardenbeleid;
  • decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) die als openbare lichamen bestuurlijk, budgettair en organisatorisch autonoom zijn ten opzichte van het kabinet.

Kabinetssectoren

De werkgroep adviseert de wetgevers- en werkgeversrol voor de kabinetssectoren anders in te vullen:

  • het kabinet stelt vooraf het algemene beleidsmatige en budgettaire kader voor de cao-overleggen vast;
  • een werkgeverminister bepaalt op basis van dit kader het mandaat en de inzet aan werkgeverszijde;
  • het kabinet toetst achteraf de onderhandelingsuitkomst aan het vooraf vastgestelde algemene kader.

Het kabinet neemt deze aanbeveling over. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) werkt deze aanpak, na overleg met de meest betrokken ministers, verder uit tot concrete werk- en procesafspraken binnen het kabinet.

Aanleiding: normalisering

De aanleiding voor de opdracht aan de werkgroep is het initiatiefwetsvoorstel normalisering ambtelijke rechtspositie. Dit initiatiefwetsvoorstel is op 4 februari 2014 aangenomen in de Tweede Kamer. Als ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt en het na bekrachtiging door de regering in werking is getreden, komen de collectieve onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden van ambtenaren volledig binnen de invloedssfeer van het private arbeidsrecht (behalve voor defensie, politie en rechterlijke macht).

De arbeidsverhouding van werkgevers en werknemers in de overheidssectoren wordt hierdoor meer gelijkwaardig aan de markt. De regels voor cao-overleg uit de marktsector gelden dan ook voor de collectieve onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. Dan:
·wordt het nog belangrijker om ook de belangen van de publieke sector nadrukkelijk mee te nemen bij (voorgenomen) algemene wetgeving en beleid gericht op werkgevers en werknemers;
·past een model voor de collectieve arbeidsvoorwaardenvorming dat meer in lijn is met de wijze waarop het kabinet met (de werkgevers en werknemers in) de marktsector omgaat.

Bredere noodzaak

De noodzaak tot herinrichting vloeit volgens werkgroep Borstlap echter niet alleen voort uit de normalisering, maar is algemeen en breder van aard. Het is, aldus de werkgroep, immers in het algemeen belang (effectieve en doelmatige publieke dienstverlening aan politiek, burgers en bedrijven) dat de publieke werkgevers in hun specifieke sector de eisen van bedrijfsvoering en arbeidsvoorwaarden integraal kunnen afwegen.

Het kabinet constateert dat de aanbevelingen van de werkgroep een zodanig algemene en brede strekking hebben dat implementatie ervan gewenst is, ook als de normalisering van de ambtelijke rechtspositie niet door zou gaan.

Nullijn

Het rapport van de werkgroep is tot stand gekomen in een periode van moeizaam cao- en pensioenoverleg, voorafgaand aan de bovensectorale Overeenkomst loonruimte publieke sector 2015-2016. In de preambule daarvan staat dat “als gevolg van de economische crisis het kabinet zich genoodzaakt heeft gezien er voor de kabinetssectoren voor te kiezen enige jaren de contractlonen nominaal te bevriezen. Achteraf bezien acht het kabinet de keuze voor een nominale nullijn geen gelukkige. Immers, het algemeen  belang is eveneens ermee gediend dat de onderscheiden publieke werkgevers en werknemers(organisaties) in samenspraak kunnen komen tot een integrale afweging tussen eisen van bedrijfsvoering, goed publiek werkgeverschap en arbeidsvoorwaarden. Daarvoor is onderhandelingsvrijheid een noodzakelijke voorwaarde. Om die reden is het belangrijk dat ook bij zeer beperkte of geen budgettaire ruimte er wel altijd overleg gevoerd zal kunnen worden. Het kabinet beseft dat het basisuitgangspunt voor normale arbeidsverhoudingen open en reëel overleg is en dit zal voor de toekomst de beleidslijn zijn”. Dit sluit goed aan op de rapportage van de werkgroep Borstlap, waarin het belang van open en reëel overleg centraal staat.  De eisen waaraan dit overleg moet voldoen, zijn geformuleerd door de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst (AAC) en zijn opgenomen in een bijlage bij het rapport van de werkgroep-Borstlap.

Meer informatie

Download het rapport Buitengewoon normale besturing (879 KB)
Download de Kamerbrief van minister Plasterk (157 KB)

Zodra de Eerste Kamer een besluit heeft genomen over de normalisering van de ambtelijke rechtspositie, organiseert het CAOP, in samenwerking met de Albeda Leerstoel, een openbaar congres waar Hans Borstlap zijn rapport toelicht.

Bij die gelegenheid verschijnt ook een leerstoelpublicatie over het thema ‘normalisering ambtelijke rechtspositie’.

Hebt u vragen over de leerstoelpublicatie? Neem dan contact op met Loes Spaans
E: l.spaans@caop.nl